GSM- en UMTS-antennes

Voor informatie over GSM- en UMTS-antennes en gezondheid, kun je bellen met het team medische milieukunde.
023 515 9500
Geplaatst op: 20-12-2018 om 12:51 uur
Laatst gewijzigd op: 07-01-2019 om 09:47 uur

We bellen en internetten steeds vaker mobiel. Daarvoor zijn GSM- en UMTS-antennes nodig en die komen er dus steeds meer. De aanwezigheid van deze antennes in de woonomgeving roept vragen op. Omwonenden vragen zich af of straling uitzenden en of ze daar ziek van kunnen worden.

 

Radiogolven en gezondheidsklachten

Hoofdpijn, vermoeidheid, concentratieverlies en andere gezondheidsklachten worden vaak toegeschreven aan een GSM- of UMTS-zendmast in de buurt.

Het ingewikkelde bij dit soort algemene gezondheidsklachten is dat ze veel voorkomen en dat er niet één eenduidige oorzaak voor aan te geven is. Dat maakt het bijna onmogelijk om te achterhalen of de klachten ook daadwerkelijk worden veroorzaakt door een zendmast in de nabije omgeving. Bovendien is ondanks onderzoek tot nu niet duidelijk op welke manier radiogolven deze klachten zouden kunnen veroorzaken.

De Gezondheidsraad en de WHO (de Wereldgezondheidsorganisatie) zien geen verband tussen gezondheidsklachten en radiogolven van GSM- en UMTS-antennes. Omdat er steeds nieuwe technieken en ontwikkelingen bij komen, blijft verder wetenschappelijk onderzoek nodig, vinden beide instanties. Bij de WHO en in Nederland bij ZonMw (de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie) lopen onderzoeksprogramma’s over elektromagnetische velden. Daarin worden de mogelijke effecten van die velden op de gezondheid onderzocht.

Radiogolven en electromagnetische velden

Hoe werkt het?
Een mobiele GSM- of UMTS-telefoon zet onze gesprekken om in radiofrequente elektromagnetische velden; radiogolven. Een radiogolf draagt als het ware de informatie die wordt verstuurd, zoals spraak, muziek of beelden. De radiogolven worden vervolgens via de lucht naar de dichtstbijzijnde antenne gestuurd. Die antenne straalt de radiogolven weer door naar de volgende antenne. Uiteindelijk belanden de gesprekken via een centrale bij degene die we bellen.

In huis hebben we allerlei bronnen die radiogolven uitzenden, zoals radio en (digitale) televisie, de wifi-router, de draadloze telefoon en de babyfoon. Bronnen buitenshuis zijn de omroepzenders voor radio en televisie, de antidiefstalpoortjes in winkels, zendamateurs en radar voor scheep- en luchtvaart.

Draadloze netwerken (WLAN (Wireless Local Area Network) en wifi (wireless fidelity)) die toegang geven tot bijvoorbeeld het internet, maken ook gebruik van radiogolven voor hun informatieoverdracht.

Wat zijn elektromagnetische velden?
Radiogolven vormen elektromagnetische velden.

Die laatste zijn er in verschillende soorten:

  • extreem-laagfrequente velden (0-300 Hz) rond hoogspanningslijnen
  • radiofrequente velden (300 Hz-300 GHz), onder meer van zendmasten, dus ook van GSM- en UMTS-zendmasten
  • velden met optische straling (300GHz-3PHz), bijvoorbeeld infrarode straling, zichtbaar licht en ultraviolette straling
  • ioniserende (radioactieve) straling (vanaf 3PHz), bijvoorbeeld röntgen- of gammastraling
Wetenschappelijk onderzoek

Tot nu toe heeft wetenschappelijk onderzoek geen verband aangetoond tussen de genoemde gezondheidsklachten en blootstelling aan GSM- of UMTS-velden.

Een TNO-onderzoek in 2003 leek een verband aan te tonen tussen UMTS-velden en het ‘welbevinden’, maar de onderzoeksmethode was niet helemaal perfect. Bovendien is één onderzoek te weinig om er conclusies aan te kunnen verbinden. Daarom is in 2006 in Zwitserland vervolgonderzoek gedaan. Dit onderzoek was beter opgezet. Een van de conclusies: er lijken geen aanwijzingen voor te zijn dat UMTS-velden bij blootstelling op korte termijn klachten veroorzaken zoals hoofdpijn, vermoeidheid of concentratieverlies.

Er bestaat nog geen onderzoek naar de gezondheidseffecten van GSM- en UMTS-antennes op de langere termijn. Dat komt doordat de techniek nog niet zo lang gebruikt wordt. Wel zijn er onderzoeken gedaan naar effecten van andere bronnen van radiogolven. Daaruit blijkt dat er geen verhoogde kans is op langetermijneffecten, zoals kanker.

Wij baseren ons alleen op onderzoeken die voldoen aan de eisen die voor wetenschappelijk onderzoek gelden. Dat zijn wetenschappelijke en praktische eisen. Zo moet wetenschappelijk onderzoek onder andere controleerbaar, betrouwbaar, systematisch en objectief zijn. Praktische eisen zijn dat het onderzoek inhoudelijk, begrijpelijk en volledig is.

De Gezondheidsraad en de Wereldgezondheidsorganisatie beoordelen of onderzoek voldoet aan de wetenschappelijke criteria. Daarnaast zijn er duizenden wetenschappers van universiteiten en instituten die elkaars onderzoek toetsen. Goede wetenschappelijke tijdschriften hebben altijd een onafhankelijke wetenschappelijke commissie. Die beoordeelt of de ingezonden artikelen aan wetenschappelijke criteria voldoen, voordat de redactie van het tijdschrift dit doet.

Met dank aan GGD Rotterdam-Rijnmond voor het gebruik van de teksten.

Voorschriften en toezicht

Er zijn speciale regels voor GSM- en UMTS-antennes. Zo mogen in de directe omgeving van GSM- en UMTS-antennes geen mensen komen. Buiten dat gebied is het veilig.

Een veilige afstand tot een antenne is minimaal drie meter voor de antenne en een halve meter onder, boven en achter de antenne. Waarom zijn deze regels opgesteld? Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het menselijk lichaam kan opwarmen door elektromagnetische velden. Als die opwarming langdurig is, kan dat schadelijk zijn. Net als bij koorts kunnen er lichaamscellen kapotgaan.

Om schade bij mensen te voorkomen, heeft de Europese Commissie zogenoemde blootstellingslimieten omschreven. Die zijn ruim genomen, om zeker te weten dat mensen geen kwalijke gevolgen ondervinden. In Nederland gelden die limieten ook. Het telecombedrijf informeert de gemeente over de locaties waar zij graag antennes op zendmasten wil plaatsen.

Voor zendmasten langer dan vijf meter is een vergunning nodig van de gemeente. Voor kleinere masten op daken, is geen vergunning nodig, maar wel instemming van de eigenaar. Als het een gebouw is waarin veel huurders wonen, moet ook een instemmingsprocedure worden doorlopen. De antennes staan meestal op masten van drie tot vijf meter hoogte op het dak van een gebouw of op hoge masten vanaf de grond. Ze steken dus ruim boven het dak uit. Bovendien dempt het dak van een huis de elektromagnetische velden.

Toezicht
Het Agentschap Telecom controleerde in het verleden steekproefsgewijs of GSM- en UMTS-antennes aan de hiervoor geldende normen voldoen. Uit een groot aantal metingen is gebleken dat de veldsterkten bijna altijd vele malen lager zijn dan de toegestane waarden. Het agentschap houdt ook een openbaar register bij met de locaties en eigenschappen van alle antennes.