Milieu in en om het huis

Mensen brengen gemiddeld 90% van hun tijd binnenshuis door, waarvan 70% in de eigen woning. De kwaliteit van het binnenmilieu is belangrijk voor de gezondheid. Er bestaan normen en richtlijnen voor de concentraties van schadelijke stoffen binnenshuis; die worden vaak overschreden.

Factoren kunnen direct of indirect leiden tot gezondheidsklachten. Het kan gaan om vocht, verbrandingsgassen, roken, bouwmaterialen (waaronder asbest) en oplosmiddelen. Veel problemen kunnen worden voorkómen door de woning continue te ventileren en door regelmatig te luchten.

Wat doet de GGD?
* ongewenste situaties signaleren;
* over risico's adviseren, in het bijzonder over rampen of de dreiging daarvan;
* voorlichting geven;
* onderzoek doen;
* vragen uit de bevolking beantwoorden.

Advies, voorlichting en onderzoek
De GGD komt in actie en geeft adviezen - gevraagd en ongevraagd. De GGD kan op eigen initiatief in actie komen. Dit gebeurt bijvoorbeeld als er specifieke, meer of ergere klachten uit de regio binnenkomen. Signalen kunnen komen van de bevolking, instanties en gemeenten. De GGD kan dan op onderzoek uitgaan. Er wordt gekeken of er een verhoogd risico bestaat voor de gezondheid. In uitzonderlijke gevallen kan de GGD nader onderzoek uit laten voeren. Dit hangt af van de specifieke omstandigheden en zal van geval tot geval beoordeeld worden. Dan kan een advies aan een gemeente of een instelling volgen om maatregelen te nemen.

Soms is het voldoende of voorlichting te geven aan burgers of een gemeente. Bijvoorbeeld om ongerustheid over mogelijke risico's weg te nemen.
Verder is de GGD steeds vaker betrokken bij beleidsplannen waarin gezondheid in de breedste zin een rol speelt. Het onderzoek naar 'Gezondheidseffecten' door Fijn Stof in de IJmond' (2004, 13 blz.) is daar een voorbeeld van; de bijlagen (26 blz.) staan in een apart document.